Artikelen
/
BI versus BIGP: wat is het verschil en wanneer gebruik je wat?

BI versus BIGP: wat is het verschil en wanneer gebruik je wat?

Claire Tilbury
·
12/2025
·
Medische expertise

"Kun je de BI berekenen?" kreeg ik recent te horen van een verzekeraar. Ik had in mijn rapport een BIGP-percentage genoemd. De vraag laat een verwarring zien die regelmatig voorkomt in letselschadezaken: wat is nu eigenlijk het verschil tussen BI en BIGP? En belangrijker nog: wanneer gebruik je welke? Voor medisch adviseurs, letselschadejuristen en verzekeraars is dit onderscheid essentieel. Het bepaalt hoe je naar letsel kijkt en hoe je schade berekent.

Wat is BI?

BI staat voor Blijvende Invaliditeit. Dit is een percentage dat de objectieve, medische functiebeperking weergeeft. Het gaat puur om wat iemand medisch gezien niet meer kan door het letsel, los van wie die persoon is of wat hij of zij doet.1

De kernvraag bij BI is: welk percentage functieverlies heeft dit lichaamsdeel of dit orgaan? De BI wordt vastgesteld aan de hand van gestandaardiseerde medische beoordelingssystemen, waarbij in Nederland vooral de AMA Guides (American Medical Association Guides to the Evaluation of Permanent Impairment) worden gebruikt. Sinds 1 mei 2015 is de zesde editie van de AMA Guides algemeen geldend in Nederland, zoals goedgekeurd door de Nederlandse Orthopedische Vereniging.2

Een praktijkvoorbeeld verduidelijkt dit: iemand verliest door een ongeval dertig procent van de functie van de linkerknie. Dit wordt vastgesteld op basis van bewegingsbeperking, stabiliteit en pijn. Dit percentage is voor iedereen met dezelfde knieschade hetzelfde, ongeacht of het een timmerman of een kantoormedewerker betreft. De BI is dertig procent.

Wat is BIGP?

BIGP staat voor Blijvende Invaliditeit van de Gehele Persoon. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar de medische functiebeperking, maar ook naar de persoonlijke gevolgen voor die specifieke persoon.3 De kernvraag bij BIGP is: wat zijn de concrete gevolgen van deze functiebeperking voor dit specifieke individu in zijn of haar persoonlijke situatie?

Bij BIGP worden verschillende factoren meegewogen. De leeftijd speelt een rol, want een schouderbeperking heeft op dertigjarige leeftijd andere gevolgen dan op zestigjarige leeftijd. Het beroep is van belang omdat dezelfde beperking voor een fysiek werkende andere impact heeft dan voor iemand met zittend werk. Ook hobby's en sport tellen mee, want voor een fanatiek tennisser heeft knieletsel meer gevolgen dan voor iemand die niet sport. Tot slot worden persoonlijke omstandigheden zoals gezinssituatie, zorgtaken en dagelijkse activiteiten in de beoordeling betrokken.4

Nemen we weer het voorbeeld van dertig procent kniefunctieverlies. Voor een dakdekker die regelmatig moet hurken, trappen moet lopen en op hellende daken werkt, kan de BIGP veertig tot vijftig procent bedragen omdat het beroepsmatig grote gevolgen heeft. Voor een administratief medewerker die voornamelijk zittend werk doet, ligt de BIGP mogelijk op vijfentwintig tot dertig procent, dichter bij de objectieve BI. Voor een semiprofessioneel voetballer kan de BIGP mogelijk nog hoger zijn omdat ook de vrijetijdsbesteding zwaar getroffen is.

Het verschil in theorie... en praktijk

Theoretisch is het onderscheid tussen BI en BIGP helder: BI is objectief en universeel, BIGP is persoonlijk en individueel. In de Nederlandse letselschadepraktijk is dit onderscheid echter minder scherp dan het lijkt. In vrijwel alle gevallen wordt in Nederland direct een BIGP bepaald, waarbij de persoonlijke context van het slachtoffer wordt meegewogen. Een zuiver objectieve BI wordt zelden los gerapporteerd.5

Dit betekent dat wanneer een medisch adviseur in Nederland een percentage blijvende invaliditeit rapporteert, dit doorgaans al een BIGP is, ook al wordt dit niet altijd expliciet zo benoemd. De AMA Guides vormen weliswaar het uitgangspunt voor de objectieve functiebeperking, maar de uiteindelijke percentagebepaling houdt in de praktijk rekening met de concrete impact op het leven van de betrokkene. Het is dus eigenlijk geen kwestie van BI óf BIGP kiezen, maar eerder van bewust zijn dat je in de Nederlandse letselschadepraktijk vrijwel altijd met een BIGP werkt.

Het onderscheid wordt wel relevant bij specifieke situaties, zoals ongevallenverzekeringen met vaste BI-tabellen waarbij een strikt objectief percentage wordt gehanteerd, ongeacht de persoonlijke situatie. In die gevallen wordt wel degelijk een zuivere BI bepaald volgens de polisvoorwaarden.6

Wanneer gebruik je welke term?

Omdat in de Nederlandse letselschadepraktijk standaard een BIGP wordt bepaald, is het belangrijk om deze term ook consequent te gebruiken. Spreek van BIGP wanneer je de concrete gevolgen voor deze specifieke persoon hebt meegewogen. Gebruik alleen de term BI wanneer je bewust een objectieve, persoonsongevoelige beoordeling maakt, bijvoorbeeld voor een ongevallenverzekering met vaste tabellen.

Voor het bepalen van de hoogte van smartengeld is de BIGP het meest relevant, omdat je kijkt naar de concrete gevolgen voor die persoon. Bij onderhandeling over schadevergoeding in letselschadezaken is de BIGP standaard, omdat het de werkelijke impact weergeeft. Bij het beoordelen van toekomstige verdiencapaciteit en arbeidsongeschiktheid is de BIGP leidend omdat deze aansluit bij de beroepssituatie. Ook voor verlies van levensgenot sluit de BIGP aan bij wat iemand concreet mist in het dagelijks leven.7

Hoe verhoudt BI zich tot BIGP?

Wanneer je hypothetisch een zuivere BI zou bepalen en deze zou vergelijken met de BIGP, geldt dat in de meeste gevallen BIGP groter is dan of gelijk aan BI. De BIGP is zelden lager dan een hypothetische BI, omdat de objectieve functiebeperking de basis vormt. Persoonlijke omstandigheden kunnen de gevolgen vergroten, maar zelden verkleinen.

In zeldzame gevallen kan de BIGP lager liggen dan een theoretische BI. Dit gebeurt wanneer iemand door aanpassingen of compensatie minder hinder ondervindt dan objectief verwacht, bijvoorbeeld iemand met sedentair werk en geen fysieke hobby's bij wie beenletsel relatief weinig impact heeft.

Veel voorkomende patronen zijn dat bij jonge leeftijd gecombineerd met fysiek beroep de BIGP duidelijk hoger ligt dan een hypothetische objectieve BI, terwijl bij oudere leeftijd waarbij iemand al minder actief is de BIGP dichter bij de objectieve functiebeperking blijft. Bij sportieve mensen met actieve hobby's is de BIGP hoger, terwijl bij zittend werk met weinig fysieke activiteit de BIGP dichter bij de objectieve functiebeperking ligt.

Praktische werkwijze

Bij het bepalen van BIGP in de Nederlandse letselschadepraktijk start je met de objectieve functiebeperking volgens de AMA Guides als uitgangspunt. Vervolgens inventariseer je persoonlijke omstandigheden zoals leeftijd en geslacht, beroep en werksituatie, opleidingsniveau, hobby's en sport, gezinssituatie en zorgtaken, en dagelijkse activiteiten. Daarna beoordeel je de concrete impact op deze activiteiten en bepaal je het uiteindelijke BIGP-percentage waarbij je onderbouwt waarom dit percentage hoger of gelijk is aan de objectieve functiebeperking.8

Documenteer altijd welke editie van de AMA Guides je hebt gebruikt en leg uit hoe je tot het percentage bent gekomen. Vermeld de objectieve functiebeperking als uitgangspunt en beschrijf vervolgens welke persoonlijke factoren het uiteindelijke BIGP-percentage hebben beïnvloed.

Veelgemaakte fouten

Een eerste veelvoorkomende fout is onduidelijkheid over wat je hebt beoordeeld. Geef altijd duidelijk aan of je een BIGP hebt bepaald (standaard in Nederland) of een zuivere BI (alleen bij specifieke verzekeringen). Dit voorkomt verwarring bij verzekeraars.

Ten tweede wordt soms een BIGP-percentage gegeven zonder persoonlijke omstandigheden te benoemen. Als je een BIGP rapporteert, moet je ook toelichten welke persoonlijke factoren je hebt meegewogen. Zonder deze onderbouwing is onduidelijk waarom je percentage afwijkt van de objectieve functiebeperking.

Een derde fout is het hanteren van een opvallend hoog BIGP-percentage zonder gedegen onderbouwing. Een BIGP die veel hoger is dan de objectieve functiebeperking vraagt om stevige onderbouwing. "Betrokkene is erg sportief" is onvoldoende, leg uit welke sporten, hoe vaak, wat het betekende en wat nu niet meer kan.

Tot slot wordt soms niet aangegeven welke schaal gebruikt is. Vermeld altijd welke editie van de AMA Guides je hebt gebruikt en leg uit hoe je tot het percentage bent gekomen.

Communicatie met opdrachtgevers

Om misverstanden te voorkomen is goede communicatie essentieel. Bij aanvraag van medisch advies vraag je expliciet wat bedoeld wordt. In de meeste letselschadezaken wordt een BIGP verwacht, maar sommige verzekeringen werken met vaste BI-tabellen. Vraag of er specifieke richtlijnen of schalen gebruikt moeten worden.

In je rapport ben je helder over wat je hebt beoordeeld. Gebruik de term BIGP wanneer je persoonlijke omstandigheden hebt meegewogen, wat in Nederlandse letselschadezaken de standaard is. Leg uit wat de objectieve functiebeperking is volgens de AMA Guides en waarom het uiteindelijke BIGP-percentage hiervan afwijkt. Bij verzekeringsmaatschappijen met ongevallenverzekeringen die expliciet met BI-tabellen werken, geef je de objectieve BI volgens de polisvoorwaarden.

Praktijkvoorbeelden

Voorbeeld 1: Whiplash met nekklachten
Een tweeënveertigjarige verpleegkundige heeft blijvende nekklachten na whiplashtrauma met beperkte rotatie en lateroflexie van de cervicale wervelkolom. De objectieve functiebeperking volgens de AMA Guides bedraagt tien procent. De BIGP is vijftien procent. Als verpleegkundige moet betrokkene regelmatig zware fysieke taken verrichten, patiënten tillen en draaien, en in verschillende houdingen werken. De nekklachten beperken haar substantieel in deze werkzaamheden. Ook haar hobby paardrijden kan ze niet meer uitoefenen. Daarom ligt de BIGP hoger dan de objectieve functiebeperking.

Voorbeeld 2: Schouderletsel timmerman
Een achtendertigjarige zelfstandig timmerman heeft blijvende schouderfunctiebeperking na val van steiger met beperkte elevatie en krachtverlies. De objectieve functiebeperking bedraagt twintig procent. De BIGP is vijfendertig procent. Als timmerman is betrokkene afhankelijk van goed functionerende bovenarmen voor zijn beroep. Boven schouderhoogte werken, heien, schroeven en tillen zijn sterk beperkt. Hij kan zijn werk als zelfstandige niet meer volledig uitvoeren en moet werk weigeren of uitbesteden. Ook zijn hobby's zoals klussen aan auto's en wielrennen zijn sterk beperkt. De concrete beroepsmatige en persoonlijke gevolgen zijn aanzienlijk groter dan de objectieve functiebeperking, vandaar de hogere BIGP.

Conclusie

In de Nederlandse letselschadepraktijk wordt standaard een BIGP bepaald, wat staat voor Blijvende Invaliditeit van de Gehele Persoon. Hoewel theoretisch onderscheid bestaat tussen een objectieve BI en een persoonlijke BIGP, wordt in de praktijk vrijwel altijd direct een BIGP gerapporteerd waarbij de concrete gevolgen voor het individu worden meegewogen. De AMA Guides vormen het uitgangspunt voor de objectieve functiebeperking, maar het uiteindelijke percentage houdt rekening met beroep, leeftijd, hobby's en persoonlijke omstandigheden.

Het is daarom essentieel om consequent de term BIGP te gebruiken in letselschadezaken en duidelijk te onderbouwen welke persoonlijke factoren het percentage hebben beïnvloed. Alleen bij specifieke ongevallenverzekeringen met vaste tabellen wordt een zuiver objectieve BI gebruikt. Door helder te zijn over wat je beoordeelt en de persoonlijke impact zorgvuldig te onderbouwen, wordt de medische beoordeling beter begrijpelijk, juridisch beter hanteerbaar en inhoudelijk sterker.

Bronnen

  1. Letselschade Kompas. (2024). Blijvende invaliditeit bij letselschade. https://letselschadekompas.nl/blijvende-invaliditeit-bij-letselschade/
  2. LetselschadeSlachtoffer.nl. (2018). AMA-Guides: Nederlandse Orthopedische Vereniging, Leidraad bij de 6e editie van de AMA Guides, geldig sinds 1 mei 2015. https://www.letselschadeslachtoffer.nl/letselschade-wikipedia/ama-guides/
  3. Ottenschot Letselschade. (2025). Wat betekent BIGP in het medisch advies in uw letselschadezaak? BIGP staat voor Blijvende Invaliditeit van de Gehele Persoon. https://www.ottenschot.nl/waarvoor-staat-de-afkorting-bigp-in-het-medisch-advies-in-uw-letselschadezaak/
  4. Berntsen Mulder Advocaten. (2024). Blijvende invaliditeit in letselschadezaken. https://berntsenmulderadvocaten.nl/blogs/letselschade/blijvende-invaliditeit-in-letselschadezaken/
  5. ANWB Verkeersrecht. De beperkingen van (en bij) functionele invaliditeit: FIGP/BIGP-percentage in de praktijk. https://www.verkeersrecht.nl/vr-kort/de-beperkingen-van-en-bij-functionele-invaliditeit
  6. Letsel.info. (2014). Blijvende invaliditeit? Blijvend invalide: recht op schadevergoeding. https://letsel.info/blijvende-invaliditeit/
  7. SAP Letselschade Advocaten. (2022). Uitsprakenoverzicht november: BIGP-percentage en Smartengeldgids niet leidend. https://www.sapadvocaten.nl/maandelijks-uitsprakenoverzicht-november/
  8. Nederlandse Orthopedische Vereniging. (2024). Leidraad bij de 6e editie van de AMA Guides. https://www.orthopeden.org/media/raffrxcd/leidraad-ama6-geldend-per-01012024.pdf

Meer artikelen

Blijf op de hoogte van onze ontwikkelingen in medische aansprakelijkheid en letselschade.
Bekijk
Medische expertise
6
min leestijd
Persoonlijke aanpak medisch adviseur bij letselschade
Persoonlijk contact medisch adviseur bij letselschade is goud waard.
Medische expertise
10
min leestijd
Pre-existentie en predispositie in letselschade
waarom een medisch adviseur essentieel is pre-existentie en predispositie in letselschade essentieel is.

Heeft u vragen over mijn diensten of wilt u een vrijblijvende offerte?

Neem gerust contact met mij op voor een persoonlijk gesprek.
Maak een afspraak