
In letselschadedossiers rond postcommotioneel syndroom (PCS) wordt nog vaak verondersteld dat normale CT- of MRI-bevindingen betekenen dat er geen relevant hersenletsel kan zijn. Ook een rustig verloop op de spoedeisende hulp wordt regelmatig gezien als aanwijzing voor een gunstige prognose.
Medisch gezien zijn deze aannames onjuist. PCS is bij uitstek een ziektebeeld waarbij het ontbreken van objectiveerbare afwijkingen niet gelijkstaat aan het ontbreken van reële functionele beperkingen. Dit leidt in de praktijk tot onderschatting van klachten en te vroege conclusies over herstel en belastbaarheid.
Postcommotioneel syndroom is de term voor aanhoudende klachten na een hersenschudding (licht traumatisch hersenletsel). Waar klachten bij de meeste patiënten binnen enkele weken verdwijnen, houdt bij ongeveer 15–30% van de volwassenen het klachtenbeeld langer dan drie maanden aan.
Er bestaat geen eenduidige relatie tussen de ernst van het initiële trauma en het risico op langdurige klachten. Ook relatief milde trauma’s kunnen leiden tot persisterende beperkingen.
Het klachtenpatroon bij PCS is doorgaans multifactorieel en bestaat uit een combinatie van:
De beperkingen ontstaan meestal door de cumulatieve impact van deze klachten op de belastbaarheid en het dagelijks functioneren, niet door één afzonderlijke klacht.
Een hersenschudding gaat in de meerderheid van de gevallen niet gepaard met bewusteloosheid. Volgens geldende neurologische richtlijnen kan licht traumatisch hersenletsel worden vastgesteld bij een directe verandering in mentale toestand na het trauma, zoals verwardheid, misselijkheid, visusstoornissen, geheugenproblemen of een groggy gevoel. Bewusteloosheid is hiervoor geen vereiste.
Beeldvormend onderzoek (CT en MRI) is primair bedoeld om ernstig structureel hersenletsel uit te sluiten. Bij PCS blijven deze onderzoeken doorgaans normaal. Dat is inherent aan het functionele karakter van het syndroom.
De diagnose PCS berust daarom op het totaalbeeld: een passend traumamechanisme, een consistent klachtenpatroon en een logisch tijdsverloop. Neuropsychologisch onderzoek kan aanvullend inzicht geven in cognitieve beperkingen wanneer beeldvorming geen verklaring biedt voor het ervaren functieverlies.
Voor meer over informatie over : hersenschudding of hersenkneuzing
In een dossier dat ik als medisch adviseur heb beoordeeld, liep betrokkene tijdens haar werkzaamheden een directe klap tegen het hoofd op. Op de spoedeisende hulp werden geen afwijkingen vastgesteld: geen bewustzijnsverlies, een normaal neurologisch onderzoek en normale beeldvorming.
Vanaf het ongeval ontstonden persisterende klachten, waaronder hoofdpijn, prikkelgevoeligheid voor licht en geluid, cognitieve uitputbaarheid en een duidelijk verminderde belastbaarheid. Werkhervatting bleek al vroeg problematisch.
In de daaropvolgende jaren werden reguliere behandeltrajecten ingezet, waaronder neurologische beoordeling, ergotherapie, psychosomatische fysiotherapie en een multidisciplinair revalidatietraject. Ondanks deze interventies bleef het klachtenbeeld grotendeels onveranderd. Verdere specialistische behandelopties werden niet geïndiceerd.
Ruim drie jaar na het ongeval is sprake van een stabiele maar lage belastbaarheid. Functioneren is slechts mogelijk in sterk aangepaste omstandigheden, met beperkte duur en minimale prikkelbelasting. Beeldvorming bleef gedurende het gehele beloop zonder intracraniële afwijkingen.
Deze casus laat zien dat normale beeldvorming en een rustig acuut beloop geen betrouwbare voorspellers zijn voor herstel op langere termijn.
Voor PCS bestaat geen afzonderlijke richtlijn. Het ziektebeeld wordt beschreven binnen richtlijnen voor licht traumatisch hersenletsel. Deze erkennen expliciet dat aanhoudende klachten kunnen voorkomen en dat normale beeldvorming PCS niet uitsluit.
Tegelijkertijd zijn deze richtlijnen primair gericht op de acute en subacute fase en op het uitsluiten van structureel hersenletsel. Zij bieden beperkt houvast voor de beoordeling van langdurige functionele beperkingen wanneer herstel stagneert en beeldvorming normaal blijft. Richtlijnen zijn diagnostisch sterk, maar minder uitgesproken over prognose, belastbaarheid en medische eindtoestand bij persisterende klachten.
Het causale verband bij PCS wordt beoordeeld op basis van samenhang: het traumamechanisme, het directe ontstaan van klachten, het consistente beloop en het ontbreken van een alternatieve verklaring. Normale beeldvorming sluit causaliteit niet uit.
Wanneer herstel uitblijft en verdere behandeling geen effect heeft, kan sprake zijn van een herstelplateau. Het ontbreken van aanvullende behandelopties betekent in die fase niet dat beperkingen zijn verdwenen, maar dat de belastbaarheid binnen de huidige mogelijkheden is gestabiliseerd.
meer informatie over: herstel
Postcommotioneel syndroom vraagt om medische beoordeling voorbij de scan. Richtlijnen vormen het noodzakelijke uitgangspunt, maar zijn niet allesomvattend. Wanneer klachten langdurig aanhouden en functioneren structureel beperkt blijft, is een feitelijke, integrale en proportionele beoordeling noodzakelijk.
Binnen Tilbury Medisch Advies wordt PCS daarom beoordeeld in samenhang met het type letsel en het herstelproces over de tijd.
Deze benadering draagt bij aan realistische verwachtingen, zorgvuldige schadeafwikkeling en een medisch-inhoudelijk consistente beoordeling van beperkingen, ook wanneer deze niet objectiveerbaar zijn met standaard diagnostiek.

